donderdag 1 februari 2018

Historische beelden van de Vlaamse visserij (VII)

—  Deze foto uit een ons onbekend jaar toont ons wellicht een beeld van een vissersherdenking op de Zeedijk in Oostende. Centraal, met medailles, zit Arseen Blondé. De levensbeschrijving van deze beroemde visser kunt u hier lezen. (foto collectie André Baert) —
—  De kleinste Oostendse vissersvaartuigen, bemand door de zogenaamde bootsjouwers, brengen hun waar tot bij een trap en vandaar naar boven op de kaai. De beroemde Oostendse Vistrap vindt hier zijn oorsprong. Over die Oostendse Vistrap vindt u hier een achtergrondartikel. (Uit de collectie van Eddy Serie.) —
—  Blankenbergs vissersvaartuig. —
— Vissersvrouwen, -kinderen en –moeders breien netten op de Oostendse Visserskaai. (Uit de collectie van Eddy Serie.) —

—  Vissersvaartuigen in de haven van Nieuwpoort. —
—  Vrouwen venten met vis langs de Oostendse straten. U lees hier meer over de cultuur van de Oostendse viswijven. (Uit de collectie van Eddy Serie.) —
— In De Panne was er geen vissershaven, maar wel een bloeiende vissersgemeenschap. Het schip wordt gestrand en de vis wordt aan de wal gebracht. (Uit de collectie van Eddy Serie.) —
—  Toen Blankenberge nog een vissershaven had. (Uit de collectie van Eddy Serie.) —
— De vissersfamilie Serie stamt af van Hugenoten uit Toulouse. Om de vervolging te ontvluchten wijken ze uit naar Boekhoute waar ze Scheldevissers worden. Daarna vestigen ze zich in aan de Belgische kust. (Uit de collectie van Eddy Serie.) —
—  Groepsfoto in het Oostendse visserskwartier. De namen die op de foto vermeld worden zijn deze van telgen van de familie Barbaix. (Uit de collectie van Eddy Serie.) —

maandag 1 januari 2018

Historische beelden van de Vlaamse visserij (VI)

—  De O.166 ligt in het Tweede handelsdok van thuishaven Oostende, langs wat tot 1919 de Keizerskaai was en nu Vindictivelaan heet. Het gebouw dat rechts centraal staat is nu het O.-L.-V.-college, maar het was toen, toont het opschrift op de gevel, een restaurant; ook Hôtel de Commerce. Het jaartal van de foto is me niet bekend. —
—  Blankenberge 1901. Vissers herstellen de netten. —
—  Guy David publiceerde een boek met foto’s uit 1974 over de Oostendse vismijn. Het betrof nooit verschenen foto’s over de bedrijvigheid in en rond de vismijn, van de aankomst van de schepen tot de veiling. Aanwijzers, roepers, veilmeesters, visbennen, woorden die inmiddels verdwenen zijn, kwamen nog eenmaal terug. —
—  Op 3 april 1961 bezoekt het koningspaar Oostende. De toenmalige burge­meester Jan Piers stelt kapitein Arseen Blondé voor aan de vorsten. (Foto Roland — Uit de collectie van André Baert). Blondé is wellicht de beroemdste visser die Oostende ooit gekend heeft. Ik schreef hier eerder al een uitgebreid stuk over die man. —
—  Blankenberge 1901. Vissersschepen aan ’t staketsel. — 
—  Oostende, ongeveer 1964, een foto aan cinema Plaza rechtover de Kim, in de kelder van het theatergebouw. Van l. naar r. : een onbekende Belgische landsverdediger, Eddy Serie (kustvisser), Pros Jooris (kust en middenslag), Lucien Desomer (kust) en Eric Van Sevenant (IJsland). [Uit de collectie van Eddy Serie.] —
—  Oostende 1913. Wellicht aan boord van de O.130 Jacqueline. Bovenaan links: kpt Arseeen Blondé. Rechts naast hem staat reder John Bauwens. (Foto Amsab) —
—  De haveningang van Blankenberge, 1901. —
—  Aan boord van de O.628 in de jaren zestig. We zien Eddy Serie, Maurice Zanders en Theo Bogaert aan het werk. [Uit de collectie van Eddy Serie.] —
—  Postkaart van Blankenberge, 1901. Vissersboten in het dok. —

zondag 3 december 2017

Historische beelden Vlaamse visserij (V)

Maandelijks duik ik in het fotoarchief van Het Visserijblad. Ik kies er telkens lukraak tien foto’s uit.

Het zeestation van Oostende in 1947.    
De allereerste redactievergadering van de ploeg die in 1988 Het Visserijblad opnieuw in de steigers zet. Van links naar rechts: Roland Desnerck, Marc Loy, Willem Lanszweert, Hugo Brutin, Ivan Schamp, Flor Vandekerckhove, Willy Versluys, Pierre Deseck, Walter Corveleyn, Robert Coelus, André Baert en Danny Crabeels. (Foto Guido Walters) [Over de geschiedenis van dit merkwaardige tijdschrift vind je hier een uitgebreid stuk.]    
In welk jaar het gebeurd is weten we niet, maar feit is dat de beruchte reder André van Lul een heel gezelschap per bus naar Langerbrugge heeft laten voeren, waar een van zijn vissersschepen van stapel gelopen is. Heel het gezelschap vat de terugweg aan op het schip: broodjes, drank, jongens en meisjes… Onderweg krijgt het schip pech en tegen de tijd dat het Oostende binnenvaart verkeert heel de stad al in een diepe slaap. En niemand die geloven kon dat de fuivende bende opgehouden was door motorpech. Uiterst links herkennen we Roland Billiau en in het midden Herman Moerman. Over de journalistieke carrière van deze laatste schreef ik eerder een stukje dat heet Wat ik van Herman Moerman geleerd heb.    
IJslandvaarder Henri Laplasse aan boord van de O.236 Henriette. Over dat schip zegt Laplasse: ‘De O.236 was geen stabiel schip. Iedereen had het over de duukboot. Bij Belliard werden er zes zusterschepen van gebouwd. Drie ervan zijn vergaan.’    
Bij laag water wordt er in Heist op het strand vis verkocht. Jaartal foto onbekend.    

1997/98. — Op het stadhuis in Oostende worden reders en bemanningen ontvangen. Van de kersverse burgemeester Jean Vandecasteele krijgen ze een kwaliteitslabel overhandigd. Het jaarlijkse gebeuren werd later door de nieuwe eigenaars van de vismijn geschrapt.


1998. — Stanley Vantorre en Urbain Wintein beklinken de deal. De Zeebrugse reder heeft zijn vaartuig Z.98 Op Hoop van Zegen aan de Heistenaar overgelaten. (Foto Guido Walters)    


De bootsjouwersfamilie Deckmyn verkoopt de garnaalvangst aan de Oostendse Vistrap. Rechts boven herkennen we de toen nog jonge sluiswachter Pascal Deckmyn. [ Hier kun je lezen hoe Robert Deckmyn zijn eerste scheepje verwierf, een unicum in de visserijgeschiedenis!]    


De eerste vrachtwagen van de visleurhandel Pieters-Quaegebeur. Voor de wagen staat Hélène Maenhout, echtgenote van Richard Quagebeur.


Op maandag 9 maart 1998 startten de kustvissers van de Vlaamse Vissersbond een actie tegen de overbevissing in de kustwateren. Ze willen dat visgebied voor de allerkleinste schepen veilig stellen. Nadat ze de gebouwen van de Dienst voor de zeevisserij bezet hielden, gingen ze ook de haven bezetten. Met hun schepen versperden ze de volledige havengeul. De bezetting werd pas ’s anderendaags, en onder grote druk, opgeheven. (Foto Guido Walters) [De kustvissers hebben ter zake een lange traditie die tot vandaag voortgaat. Over de geschiedenis van dat verzet vind je in deze blog een lang stuk dat heet: De kustvisserij en het recht van de sterkste

woensdag 1 november 2017

Historische beelden Vlaamse visserij (IV)

Maandelijks duik ik in het fotoarchief van Het Visserijblad. Ik kies er lukraak tien foto's uit. En omdat de donkere weken aantreden heb ik er peer uitzondering eens 12 van gemaakt.

De garnaalmijn — het garnaalkot — aan de Oostendse Visserskaai. Gefotografeerd rond 1935. Op het einde van 1933 delen de lokale kranten mee dat de stad van plan is een loods voor de officiële verkoop van garnaal te bouwen. In april 1934 is de garnaalmijn klaar. Er is meteen discussie over de manier van verkopen. De handelaars eisen een verkoop per afslag, de vissers willen de verkoop per opbod zien gebeuren. Een poging tot verzoening mislukt en het ‘garnaalkot’ blijft ongebruikt. Meer erover vindt u hier .
In Heist probeerde (en probeert men nog) de vissers uit elkaar te houden d.m.v. hun bijnaam. De Heistse reder Leon Utterwulghe heette aldaar ‘de mageren’. De naam was een erfenis van zijn grootvader Jacobus die met zijn 130 kilo alle behalve mager was; ook Leons vader woog 110. (Foto gw)    

Montgommerydok Oostende. Naast elkaar liggen de O.21, O.759 en O.49. Aan de overkant herkennen we wellicht de O.64. De foto is van een ons onbekend jaar.    
Al wat we over die foto kunnen meedelen is wat er onder stond: ‘De bende van Lêze op strandbezoek.’ Wie er meer over weet mag het ons zeggen.    

In april 1962 worden wielrenner Rik Van Looy en ploegleider Lomme Driessens opgenomen in de Orde van de Kloeffe. Op de foto worden ze omgeven door leden van de Oostendse folkloristische vereniging De vismijnvrienden. Wie ze herkent mag het ons zeggen. Roland Vanloo weet me te melden dat Blanche Belpaeme — Meetje van de Koaje — links van Van Looy staat. Rechts van de wielrenner zien we het hoofd van notaris Quaghebeur, toentertijd actief in de Oostendse politiek en bezieler van de Bal du Rat Mort.
Montgommerydok Oostende, in een ons onbekend jaar.    
De 32-jarige zeevisser Franky Vandecasteele overleed op 28 september 1996 ten gevolge van een ongeval aan boord van de N.141 Don Bosco.    
1963. — Nabij de Oostendse vistrap verkoopt een vissersvrouw een deel van de vangst van haar man. De vis gaat van de ene tas in de andere.    
Op 7 januari 1989 wordt het kleine hektreilertje O.349 Lady gedoopt. Op de foto: de toenmalige Oostendse burgemeester Julien Goekint, reder Jos Praet, ir. Blomme van scheepsbouwer SCAP, doopmeter Jenny Caulet en peter Jean Vandecasteele. Het scheepje kent niet het verhoopte succes en wordt al na vier jaar doorverkocht aan Katwijker schipper die het onder Belgische vlag laat varen. (foto gw)    

Rond de wisseling van de XIXde naar de XXste eeuw waren er vissersgemeenschappen over heel de kust. Waar er geen haven was werden de vaartuigen op het strand gezet. Deze foto kwam op een postkaart terecht, waarvan het opschrift zegt dat het beeld in Middelkerke geschoten werd.
1933 is een crisisjaar. De koopkracht is ingestort en ook de garnaalprijzen duiken de diepte in. De vissers organiseren een betoging. Op de foto vallen te herkennen: Pierre Hubrouck, August verburgh, Henri Quick, Albert Huys, Henri Vanhoucke, Emiel Saliau, Frederick Vincke, Henri Deckmyn, Jan Pincket, David Vanslembrouck, Emiel Dasseville, René Jonckheere, Leopols Hagers, Rau, Emiel Blommaert, Frans Deckmyn, Charles vandewalle, Victor Eyland, August Dewulf, Joseph Decraecker, Henri Cosselee, Julien Vannieuwenhuysse, Richard en Alfons Verburgh.    

1928. Vissersvrouwen ter hoogte van de Vistrap. Van links naar rechts: Marie vanwijnsberghe (bijgenaamd Mietje van ’t sas), Jeanne Maldeghem, Leontine Vanbesien, ‘Kreukelinne’ (Crecillie?), Carola Demeere, Irma Depuydt, Eulalie Molleman, Jeanne Geryl en de zuster van Coralie en Hélène Vandierendonck.