donderdag 4 mei 2017

Historische beelden van de Vlaamse visserij

Tot onze goede voornemens van 2017 behoort ook dit. Maandelijks werpen we een blik in het fotoarchief van Het Visserijblad. Daaruit plukken we telkens lukraak tien foto's. Eerder kreeg u hier al Historische beelden van Oostendse visserijscheepswerven te zien en daar historische beelden van de Oostendse visserij. Vandaag gaan we verder met beelden van de oostkust. Alle foto's verschenen eerder in Het Visserijblad.

—  In de nacht van 16 februari 1980 verloren vijf vissers het leven toen de Z.592 Hosanna verging. De slachtoffers waren schipper Germain Ackx, zijn zoon Piet, Hector Snauwaert en de Scheveningers Pieter en Pieter-Albertus Guyst. —
— 
De vader van Pier en Jan Demeester (beiden rechts van het vat) staan in Heist te boek als ‘de zeilmakers’. Hun vader was vanuit Nieuwpoort naar Heist afgezakt om daar een zeilmakerij uit te baten. Toen de tijden veranderden gingen ze mazout en olie verkopen. Pier en Jan richtten in 1993 ook een rederij op. Op de foto zien we hoe ze een vat monsteren dat door een granaatinslag beschadigd werd. —
—  Blankenbergse garnaalkotters (jaartal onbekend). —
— Vissersvaartuigen in de Zeebrugse voorhaven. Vooraan herkennen we de Z.499 Jean Marcel en de Z.506 Bertha Leon. — 
— Van links naar rechts: René Vantorre, Eugene Vlietinck en Etienne Beulens. —   
—    Van links naar rechts: Gilbert Savels, Etienne Beulens en René Vantorre. —    
— Op de Z.504 Golfbreker was Victor Klodde Vantorre de schipper, Henri Cogghe de motorist en waren Roger Bollevoet Bogaert, Jacky De Cock en Etienne Beulens de matrozen. —   
—  De werkhuizen Perfecta in de Schuilhaven van Zeebrugge. —
—  Enkele van de laatste Zeebrugse garnaalvissers. In het midden staat schipper Franky Van Troye, geschraagd door zijn matrozen Franky Devriendt (links) en Peter De Graeve. (Foto gw) —
—  Enkele van de laatste Zeebrugse garnaalvissers. De mannen van de Z.55. Van links naar rechts: Bart Dewilde, schipper Kurt Deman, losser Robert Ramoudt en Erwin Zaman. (Foto gw) —

maandag 10 april 2017

Historische beelden van de Oostendse visserij

Tot onze goede voornemens van 2017 behoort ook dit. Maandelijks zullen we een blik werpen in het fotoarchief van Het Visserijblad. Daaruit plukken we telkens lukraak tien foto's. Eerder kreeg u hier al Historische beelden van Oostendse visserijscheepswerven te zien. Vandaag gaan we verder met beelden van de Oostendse visserij. Alle foto's verschenen eerder in Het Visserijblad.

Pasen, 1973. Op de O.129 Amandine. De naam van de visser was ons onbekend, maar nu niet meer. Daniël Eyand viste uit dat het de Ibistelg Johan Six betreft, stamnummer 0931. Daniël bezorgde ons ook twee foto's van deze visser. We plaatsen ze hieronder. —   


— De bouw van de 336 meter lange vismijn werd in 1947 gestart en de inhuldiging vond plaats op 22 juli 1951. De geschiedenis van de vismijn vindt u hier. —    
— Vissersvrouwen aan het werk op de Visserskaai in Oostende (jaartal onbekend) — 
— 1949 in de stedelijke visserijschool John Bauwens Oostende. Praktijkles. Op de eerstee rij herkennen we André Rondelez, Fernand Vandecasteele, Lucien Desmit, drie onbekenden en Emile Caulet. Achteraan: Noël Tanghe, Roger Vanderwal, Marcel Maes, André Droogenbroodt en André Fonteyne. —   
— In 1961 opent de familie Decrop in Oostende ‘de touwfabriek’. Over de vele ondernemingen van de familie schreef ik hier
 eerder al een stuk.— 
— Op de O.124 Fighter in 1985. Schipper Marc Dezutter met zijn eerste bemanning: motorist Manfred Jonckheere, matrozen Freddy Larangé, Johnny Brys, Fernand Ghesquière en scheepsjongen Franky Schreus. (Foto gw) — 
— De rederij Motorvisserij heeft personaliteiten uitgenodigd n.a.v. de proefvaart van een van haar schepen, vermoedelijk de O.301 James Ensor. We herkennen Achille Van Acker die in 1954 premier geworden is. (Foto E. Michel) —   
— In 1994 gingen de 7 arbeiders van de Oostendse APS-scheepswerf in staking. De actie zou 269 duren. We zien van l. nr r.: Redgy Steen, Norbert Bauwens, Ronny Theys, Michel Degryse, Fernand Cuvelier, Willy Vangheluwe en Eddy Renault. (Foto gw). —   
— De stalen diepzeetreiler O.395 Van der Weyden van de NV Motorvisserij werd in 1954 in de vaart gesteld. De voortstuwing gebeurde met een stoomaggregaat van 940 pk. Tonnage 599,15 bt. Lengte 53,43 meter, Breedte 9,14 meter. Het was het grootste schip van de rederij, maar heeft amper 3 jaar gevaren. Op 30 maart 1957 liep het schip op de kliffen van de IJslandse zuidkust. —   
— In 1998 gaan de kustvissers in actie. Ze beklagen zich over de aanwezigheid van overmaatse Nederlandse eurokotters op hun visgronden. Ze bezetten in dat jaar ook de Dienst voor de Zeevisserij, een inleiding op de havenblokkade die erop volgt. (Foto gw) Over de acties van de kustvissers vindt u hier
 een uitgebreid artikel. —   

zaterdag 8 april 2017

Beelden van historische Oostendse visserijscheepswerven

1957 — De O.185 is afgewerkt op de werf van August Loy (rechts vooraan met handen op de rug). Beneden zien we de scheepstimmerlieden Alfons Lowyck en André Muyle aan het werk. Ze zijn de ramheggen aan het dichtslaan. (Alle foto's komen uit de verzameling van wijlen Louis Pincket.)
1957 — Op de scheepswerf van Loy is het houten vissersvaartuig O.185 afgewerkt. Vooraan geknield Alfons Lowyck, André Muyle, Pierre Vanden Abeele en René Lauwereins. Tussen de twee vrouwen in staat Michel Verlinde. Achteraan Charles Vanmassenhove, Louis Pincket, Maurits Erebout. De anderen zijn ons onbekend.
Op de scheepswerf van Hillebrant wordt de B.603 te water gelaten. Vooraan ruggelings zien we Kamiel Massijn, vlak voor hem is Roger Smissaert aan het werk en rechts op de achtergrond vangen we een glimp op van André Hillebrant, zoon Achiel, eigenaar van de werf.
De scheepsdoop van de B.603. 
Scheepsbouwers op de werf van Hillebrant. Achteraan André Lacoere, Albert Gezelle en André Hillebrant. De drie op de tweede rij: Raymond Delie, Alfons Smitt, René Bolle. Vooraan: Daniël Barbier, 'grote Berten van Ichtegem', Edmond Smissaert, Louis Pincket en Kamiel Massijn. 
Van l. nr r.: Reder Engel Goderis, Kamiel Massijn, Daniël Barbier, André Lacoere, Edmond Smissaert, Daniël Hillebrant, Roger Smissaert. Tegen de paal staat schilder Doortje Verhaeghe. Vooraan geknield zitten Louis Pincket, Georges Hillebrant en Robert Gezelle. De dames op de foto zijn familieleden van de reder. 
De scheepswerf van Hamman. 
De scheepswerf van Panesi. 

zondag 12 maart 2017

De storm van 1953

— In Bredene, op de plaats waar
in 1953 de Kreekdijk brak, staat nu een
gedenkteken. —
Vandaag was ik van plan om te gaan joggen. Ik toog naar het strand en constateerde dat de toegang me belet werd door de baggeraars die daar massaal zand aan ’t opspuiten waren, een bescherming tegen de duizendjarige storm. Dat liet me aan die van 1953 denken.

Op zaterdag 30 januari 1953 begon zich op de Noordzee een hevige noordenstorm te ontwikkelen. De Vlaamse kust werd geconfronteerd met windsnelheden van 120 tot 150 km/uur. Hopelijk zou die storm niet al te lang duren, want het was volle maan en in de nacht van 31 januari op 1 februari werd bijgevolg springtij verwacht.
Kort van duur was die storm helaas niet. Hij duurde zelfs uitzonderlijk lang: 24 uur! De druk op de kust was enorm. Springtij en noordwestenwinden stuwden het water in de trechtervormige Noordzee op tot recordhoogte. Aan de oostkust stond het water al tot aan het kruin van de dijken. Het derde hoogwater (7,20 meter!) had rampzalige gevolgen. De storm trof overigens niet alleen de kust. In de Ardennen liet hij een sneeuwlaag van twee meter achter.
In Nederland overstroomde een groot deel van Zeeland, West-Brabant en de Zuid-Hollandse eilanden. Hierbij verdronken meer dan 1.800 mensen en massaal veel dieren; 100.000 Nederlanders verloren huis en bezittingen. Ook in Engeland en Duitsland vonden overstromingen plaats en vielen honderden slachtoffers. Het eiland Canvey in de Theemsmonding werd geheel overstroomd. Hier vielen 100 van de 287 Engelse slachtoffers.
Op zee verloren velen het leven. Zo verging toen ook het Zeebrugse vissersvaartuig Z 727 ‘Leopold Nera’ met zijn vijfkoppige bemanning. Op de Z 554 ‘Yolanda-Anna’ sloeg Heistenaar Albert Bulcke voor de rede van Oostende overboord.
In Heist werd een grote bres geslagen in de dijk bij hotel Des Bains. Er werd zoveel grond en zand weggevreten dat het hotel in het gat dreigde te verdwijnen. Intussen was het water Heist ingelopen en kwam het lage deel (dat in een duinpan is gebouwd en daarom de Pannenstraat heet), onder water te staan. De lange muur die langs de wandeldijk in Heist-west werd gebouwd, was vrijwel compleet weggeslagen. Grote brokstukken kwamen honderd meter verder op de kustweg terecht. Ook de tramrails tussen Heist en Zeebrugge werden vernield. Tussen Knokke en de Nederlandse grens bij het Zwin brak de 'internationale ringdijk' door en zet 250 hectare van het achterland onder water.
De schade aan de Belgische kust werd geschat op 450 miljoen BEF (12.879.000 €). In totaal werden van Koksijde tot Knokke 37 min of meer belangrijke bressen in de dijken geslagen (alleen al in Knokke-Heist waren er 15 bressen). De wegen, riolering, elektriciteit, waterleidingen… kwamen zwaar gehavend uit de storm. De kustbevolking zag zich geconfronteerd met ondergelopen kelders, schade aan hotels en zeedijkbebouwing, verzilte landerijen, verdwenen persoonlijke bezittingen, beschadigde kledij en werkmateriaal…
In Zeebrugge vielen geen slachtoffers, maar wel liepen veel schepen er zware schade op doordat de reders de kans niet hadden tijdig ze vast te sjorren. Het bleek door de storm onmogelijk over de noodbrug naar de haven te komen. Men slaagde er nog wel in achter de twee sluisdeuren grote hoeveelheden steenblokken te gooien om zo te voorkomen dat de sluizen braken. 
De nacht die 31 januari 1953 van 1 februari scheidde is in het collectieve geheugen van de kustbewoners gegrift. In België verdronken gedurende de ramp immers 28 mensen. [Elders heeft men het over 22 doden] In Oostende had de storm de binnenstad onder water gezet. Acht mensen kwamen daarbij om. Ook in Bredene viel een dode.

Oostende, 1 februari 1953, 1.30 uur ’s nachts — De golven slaan over de dijk. Het water stroomt langs de hellingen en zet de oude stad blank. Ook het Leopoldpark komt gedeeltelijk onder water te staan.
Een beetje verder lopen de handelsdokken over. De kaaimuren van die dokken zijn berekend op een hoogte van 7,08 meter. Op 1 februari 1953 wordt het een tij van…7,20 meter.  Verscheidene straten van het Hazegras overstromen en ook de ingang van het Maria-Hendrikapark staat blank.
Via de riolen stort het water zich ook in de kelders van o.a. Kaïro-, Stockholm-, Romestraat… De pompstations van de riolen vallen stil en de brandweer zet pompen in aan Petit Paris en in Mariakerke zodat het vuile water naar het waterriool overgepompt wordt. Ook worden er pompen geplaatst op de hoek van de Vindictivelaan en de Hendrik Serruyslaan, de hoek van de Visserskaai en het Sint-Petrus- en –Paulusplein en op het Vissersplein om het binnengestroomde water zo snel mogelijk weg te pompen. 
’s Morgens is de ravage duidelijk. 490.000 m2 van Oostende is overstroomd. 53 straten en ongeveer 2000 huizen staan onder water. Men raamt de totale watermassa in de straten, kelders, riolen en regenputten op 1 miljoen kubieke meter.
De hoogte van het water bedroeg in de stad gemiddeld 93,4 cm. De hoogste waterstand werd gemeten in de Sint-Franciscusstraat: 1,50 meter! Het was trouwens bijzonder gevaarlijk om door het water te waden omdat sommige riooldeksels door de druk van het water waren weggeslagen.
In het Leopoldpark waren bomen uitgerukt en was de vijver uit de oevers getreden. Tal van kasseien lagen los of waren weggespoeld. Her en der waren er grondverzakkingen.
Toen het water zich terugtrok, bleef een modderlaag achter met allerlei afval. En tussen al die ellende was er de allesoverheersende geur van benzine en mazout die zich met water had vermengd.
Jenny Lauwereins, toen 18 jaar, getuigt: Die avond zou ik gaan dansen in dancing Winnipeg op de Zeedijk. Het stormde hevig en ik had moeite om er te geraken. In de Van Iseghemlaan moest ik me aan de muren vasthouden om vooruit te komen. Ik geraakte uiteindelijk toch in de dancing, een… kelder. Mensen die van de film kwamen zegden ons dat het leuk was om te zien hoe het water over de dijk spatte. Maar het water begon ook in de dancingkelder binnen te lopen. We konden langs daar niet meer buiten. Via een uitgang in de Christinastraat konden we nog net op tijd vluchten, zoniet hadden we als ratten in een val gezeten …’ Jenny Lauwereins vertelt ook over de periode vlak na de storm: ‘Ik werkte in de Priba in de Kapellestraat. Van zodra het water was weggetrokken moesten we ons op ons werk aanmelden. Er was geen elektriciteit en we moesten werken met noodlampen.
De ravage was enorm. De toonbanken, de winkelwaar, alles lag door elkaar,… De eetwaren die in de kelder bewaard werden, waren verloren. Er was heel veel schade en er werd ook heel veel gestolen. Bovendien liepen er ratten. Wel was er personeel uit Brussel gekomen om ons te helpen en was er een dokter die voor de verzorging van eventuele gekwetsten instond. Het waren oorlogstaferelen die me altijd zijn bijgebleven.’

En nu de hamvraag. Is zo’n watersnood ook vandaag nog mogelijk? Jasmin Lauwaert, klimaatspecialist bij Natuurpunt, denkt er het zijne van: Alhoewel noodweer van alle tijden is, stijgt de kans erop als gevolg van de klimaatverandering. Tegen 2100 zal het zeepeil aan de Vlaamse kust tussen de 14 en 93 cm hoger zijn.’
Zijn we daarop voorbereid? Lauwaert: ‘De 67 kilometer lange Vlaamse kustlijn is helemaal niet voorbereid op zware stormen. Ze is quasi helemaal volgebouwd. Dat maakt de kust extra kwetsbaar.’ 
Hoezo? ‘Vandaag bestaat de opbouw van de verdediging tegen de klimaatverandering voornamelijk uit het opspuiten van zand op de stranden. Daarmee wordt volledig voorbijgegaan aan beloftevolle mogelijkheden om het karakter van onze kust te verbeteren en tegelijkertijd bescherming op te bouwen tegen de verandering van het klimaat.’
Natuurpunt stelt een rist maatregelen voor. ‘Een brede, dynamische duinengordel kan het achterland beschermen. Het zand moet dan wel  kunnen stuiven en hiervoor is een groot oppervlakte nodig. Een extra voordeel is dat regenwater dan in de duinen in de bodem dringt, het natuurlijke ondergrondse reservoir van zoet water voedt. Zo wordt het zout water van de zee tegen gehouden, waar ook de landbouw van profiteert. Ook kunnen structuren in zee gebruikt worden om ons te beschermen, zoals oesterriffen.’
Flor Vandekerckhove — Met dank aan Daniël Eyland voor de foto's.

Zij die stierven

In Oostende vielen acht slachtoffers, twee door verdrinking in het
stadscentrum, één door een hartaderbreuk, vier in hun huizen in de Bredenesteenweg en één iemand werd tijdens de storm overboord geslagen. (*)
* Albert Bulcke (° Heist, 1912), visser, overleden op 31 januari 1953 rond 20.30 uur op zee;
* Willy Eerebout (°Bredene, 1916), handlanger, overleden gevonden op 1 februari 1953 om 8.00 uur in de Ooststraat;
* Robert Van der Wal (°Oostende, 1905), visbewerker, overleden gevonden op 1 februari 1953 om 09.50 uur op het dak van zijn achterhuis, Bredenesteenweg 14;
* Ronny Deconinck (°Oostende, 1951), overleden gevonden op 1 februari 1953 om 12 uur in de sassen van het havengebied;
* Elisa Passchijn (°Stene, 1870), weduwe, overleden gevonden op 2 februari 1953 om 10.00 uur in haar woning in de Sint-Paulusstraat;
* Isidoor Gunst (°Bredene, 1881), ongehuwd, zonder beroep, overleden gevonden op 2 februari 1953 om 17.10 uur in zijn woning, Bredenesteenweg 1;
* Pharaïlde Gunst (°Bredene, 1885), weduwe, overleden gevonden op 3 februari 1953 om 14.00 uur in haar woning, Bredenesteenweg 2;
* Germaine Dumarey (°Westkerke, 1904), echtgenote van Robert Van der Wal, overleden gevonden op 3 februari 1953 om 14.20 uur in haar woning, Bredenesteenweg 14.

(*) Uit Oostende onder water 1953, Oostendse historische publicaties 10 – 2003.